SABBE, Maurits



’t Kwartet der Jacobijnen

…..
Waarom zou hij inderdaad geen enkwest openen over de zedelijkheid van de mogelijke vrijer van zijn dochter? Het moest nu eens waar zijn, dat Quatremeire een vrouwenloper, een lichtmis was? Er kon toch geen rook zijn zonder vuur, prikkelde hem de oerwijsheid van zijn gewekte achterdocht. De vermaningen waren toch van alle kanten ineens gekomen! En als hij nu zelf goed nadacht, dan was er werkelijk wel iets wufts en zinnelijks in de kapitein. Hij had dat al eerder moeten zien.

Maar dan rees weer de vraag of zijn onrust wel enige grond had. Gisteren had Ida hem nog verzekerd, dat er niets was tussen haar en Quatremeire. Waarom zou ze dat verzwijgen? Dat was ze toch niet gewoon. Ze had haar vader steeds een eerlijke, open kameraadschappelijkheid betoond. Dat weerhield hem gedurende het diner haar opnieuw over Quatremeire te ondervragen. Hij mocht vertrouwen in haar hebben.

Maar terwijl hij nu uit het raam naar het weidse stadsgezicht blikte, dat hem op andere dagen een ogenlust was, kwelden hem de praatjes van deze morgen weer zonder ophouden. 't Scheen of er hem uit de stilte op de rei, uit de gesloten huizen, met hun loerspiegeltjes en groene horretjes iets vijandigs zat te bespieden. Geheimzinnige boosheid scheen daar hinderlagen te leggen om Ida's geluk en als een demonische bezoeking speelde Quatremeire's zinnelijk lachend gezicht voortdurend om hem heen. Dokter Mabesoone kon zich niet langer meer bedwingen. Hij zou Ida nog eens vragen of ze hem gisteren wel degelijk de hele waarheid had gezegd.

…..