MAC LEOD, Julius
Nieuwe wegen
…..
Laten wij ze volgen naar Noord-Frankrijk: te Rijsel b.v. vinden de Vlamingen zonder veel moeite werk in de nijverheid, omdat zij zeer vlijtig en werkzaam zijn; de plaatsen die zij bekleden zijn echter over 't algemeen de allerlaagste; het loon dat zij ontvangen is betrekkelijk karig omdat hun de nodige vakkennis ontbreekt. Het is niet zonder een gevoel van schaamte dat wij moeten horen dat te Rijsel, het gedeelte van de stad waar de Vlamingen in groten getale wonen, het armoedigste en het ellendigste is van de ganse stad.
Laten wij meereizen met de treinen die uit Oost-Vlaanderen de Vlaamse arbeiderskudden naar Henegouwen voeren: de haveloze koelies worden gebracht naar de steengroeven en de koolmijnen, waar zij zich moeten tevreden stellen met een plaats op de laagste sport van de maatschappelijke ladder. Nemen wij de trein die 's morgens te 4.05 uit Aalst of te 4.45 ure uit Gent naar Brussel vertrekt: de lange rij derde-klasse-wagens blijft voor ieder dorp stilstaan, en laadt telkens een troepje arme lompe arbeiders op; 's morgens vroeg, te 6 uur, worden zij uitgestort in de hoofdstad, waar zij den ganse dag zullen arbeiden voor een karig loon.
Bij de Vlaming ontstaat een gevoel van afgunst, van verbittering dat hij niet onderdrukken kan, wanneer hij daarentegen te Gent en elders, net geklede, fatsoenlijke werklieden uit andere streken ziet aankomen, en verneemt dat zij te Gent meer verdienen dan de Vlamingen in Henegouwen en in Frankrijk, doodeenvoudig omdat zij vakkennis bezitten die aan de Vlamingen meestal ontbreekt.
…..
In België heeft men sedert zeventig jaar al het mogelijke gedaan om de Vlamingen te verfransen. Zeventig jaar geleden werd aan de Vlamingen verteld dat het voldoende was het Frans te verspreiden om hogere beschaving in Vlaams-België in te voeren; - dat de Franse taal kennis, kunst en wetenschap met zich zou medebrengen; - dat de Franse beschaving al andere beschavingen verreweg overtrof; - dat de Franse taal geroepen was om in weinige jaren tijds de wereldtaal te worden; - dat de andere talen te ruw en te onbeschaafd waren om als voertuig van beschaving te dienen; - dat het Nederlandsch als cultuurtaal niets te betekenen had, een hinderpaal was voor de beschaving en diende uitgeroeid te worden; - en wat dies meer. De Vlamingen hechtten aan dat alles geloof: zij lieten hunne kinderen in schier alle officiële en vrije scholen verfransen en teven ontvlaamsen. Het resultaat is erbarmelijk: van al hetgeen de verfransing aan onze grootouders beloofde werd niets verwezenlijkt. Franse woorden werden ingevoerd, Nederlandsche woorden werden uitgeroeid, maar hogere beschaving bleef achterwege.
…..
En wat gebeurt thans? Wij allen, die hoger onderwijs ontvingen, wij werden gevat in den verfransende pletmolen, zoals Vermeylen het heeft genoemd; men heeft ons methodisch en stelselmatig ontvlaamst, en ons aldus in een toestand gebracht die ons onbekwaam maakt om voor het Vlaamse volk iets nuttigs te verrichten.
…..