SPIRO, Menno




geest


nog altijd is mijn stem nog niet verstomd

of zal de tijd mij dan toch achterhalen?

een beetje dichter heeft

het leven wel doorgrond


of kan de geest des tijds zijn lot bepalen?

wat werkelijk van waarde is

en schrijft zal niet

beklijven


nu het gehoor verdomt. de lezer

afgeleid. heb ik dan spijt

van al dit schrijven?

ik leef buiten de tijd


want wat geweest is blijft

ook voor geboorte was

geloof allang

verloren. ik heb geen weet


het is mijn geest

die drijft



schuw


je delft geen goud of bitcoin

alleen maar poëzie

je zwijgt niet

maar staat


evenmin vooraan bij iedere

slam. taal is geen

wedstrijd en

waarheid


geen winnaar. er is

alleen maar

licht


en heel schuw in

de schaduw

een gedicht



perron


op een dag als vandaag zag ik 

op perron 7a een blinde vrouw 

die met haar hond drukte 

en gedrang weerstond 


ik raakte temidden van 

de gebruikelijke chaos 

en het rumoer ontroerd 

door de rust en 


toewijding van het dier 

twee wezens samen 

oplettend in eigen 

stilte  


de een de kop een beetje 

schuin, onbeweeglijk 

wachtend op een kans 

de trein te betreden 


de ander het hoofd 

onbewogen geheven 

in overgave aan 

het leven



verwachting


hij is de vader van je kinderen

en de hoeder van je hond

hij zal de zerk zijn op je ziel

en je kist onder de grond


je zal altijd aan hem denken

meer verbijsterd dan verbaasd

hij zal je hart steeds blijven krenken

terwijl hij door je leven raast


hij is de doodsteek voor de liefde

de vlam die flakkert op je graf

in de nacht hoor je het janken


van de man die nooit volbracht

wat het leven wilde bieden

de man op wie je altijd wacht



Bezetting


ik zat een afslag te vroeg of misschien 

wel te laat. het was een rare straat 

en goede raad was niet te koop 


langs de weg een scharminkel van 

een kind met sabra’s en wat 

dadels in stoffige zakjes


hij kon niet met goed fatsoen 

naar huis als hij niet eerst 

een paar shekel  


zou verdienen. wat gunde ik 

dat kind een school. een 

toekomst en een veilig thuis 


ik kocht zijn hele voorraad 

en gaf hem wat water 

zijn broer zei hij zat 


door het leger beschuldigd van 

het gooien van stenen al 

maanden in een kamp


steeds magerder en 

moeilijk te bereiken 

het land van melk en honing 


ging verscholen achter een 

betonnen muur. ik kende 

de andere kant 


het was alsof de zee spleet 

en ik overal doorheen keek

tot het laatste loden uur 

zei de navigatie zult u 

op deze lijdensweg 

blijven