VAN ECK, Waldie



Verzen van een vriendschap I


Zie, ik ben eenzaam, - wees nu lief en zacht,

En berg mijn handen veilig in de jouwe:

Ik wil mij rustig kunnen toevertrouwen

Aan 't tere troosten van je droeve kracht.


Ook jij hebt jarenlang vergeefs gewacht,

En kent de wanhoop om een eenzaam leven;

Ik vraag je enkel mij de troost te geven

Van wie, als ik, geschreid heeft in de nacht.


Ik droom niet van je lippen op mijn mond,

Of van je hete kussen op mijn ogen; -

Ik hunker naar wat teder mededogen

Van één die zelf in 't strijden werd gewond.


Ik vraag je meer dan speelse hevigheid,

Of kort vergeten in een wild omarmen,

Maar lief geduld, en eindeloos erbarmen,

En woordjes, zacht, als voor een kind dat schreit.


Dan, langzaam aan, mijn handen in de jouwe,

Zal door je blik mijn blijde moed herleven; -

Maar 'k heb je nièts ervoor terug te geven

Dan dèze liefde, en dit groot vertrouwen......