HOFMAN, Tim
Komt een clown bij de dokter
Met één been in het graf kijkt hij nog eens in de spiegel,
scheve zon op beide konen en ondanks het gepriegel
trots het rode neusje op zijn witgeschminkt gelaat,
pakt zijn vouwballonnenset, krijgt het bijna toch te kwaad.
Weigert nu te huilen want zijn lach staat uitgestald,
voelt hoe het krullenpruikje op zijn kale schedel valt
Geeft met pijn en moeite zichzelf - wat doet het zeer –
een poging tot een knipoog. De allerlaatste keer.
Meer clini dan hij clown is ademt hij zijn zucht,
test de zakdoek in zijn mouw. Keert zich dan de rug
toe. ‘Daar gaan we,’ zegt hij ferm maar wel ontdaan
want na vanavond zal hij nooit nog aan zijn eigen sterfbed staan
Vreemdgaan
Goeiemorgen,
je was laat,
zeg je als
je naast
me staat
en je aait
over m’n rug,
een tikje op
m’n kont,
ik draai
me om,
glimlach terug
en poets met
jouw borstel
de buurvrouw
uit m’n mond.
Vulvaveelvuldig
Ik heb altijd gezwegen,
maar al jaren verzamel ik namen van dames die daar in mijn kamer
hun adem verblazen: gelaatjes vol zaad en door mij al verlaten
voordat ze mag praten, maar tijdens het paren is zij toch de ware,
totdat ik klaar ben en verder kan sparen van
sletten in bed die ik zelf heb verpest en zijn ze dan wel echt de
beste wat seksen betreft, ze hebben echter verder beperkte hersens
en red ik defecte gesprekken met hen en elke nepper is net als de
rest dus vertel ik ze netjes ga weg uit mijn nest en
soms rollen en bollen die snollen zo zonder controle al dollend
en tollend nog log en gezwollen met kont
met kont en mond nog vol van
de avond ervoor door naar de voordeur
en is er weer leegte