Test
Download document

DE MEESTER, Zaj


Canto ergo sum


Gedichten kunnen niet vergaan,

want ze worden ergens verwacht,

geleid door muziek van de sterren

en het zilveren licht van de maan.

Hun akkoorden dansen fier,

op ’t Wijde Web en op papier,

als lampionnen in de nacht.

(met inbreng van Fredy SCHILD)


Wat telt


Kleine dingen blijven bestaan,

de rust van ruisende populieren,

de kleur van boterbloemen en van groenend gras,

de geur van bos na lenteregen,

een lach, een blos op meisjeswangen,

maar ook de warmte van haar naam,

de kinderhand achter het raam,

de traan die laat verstaan:

ik zal er zijn


Verhef de harten


Wij mensen schreeuwen onze woede uit

tegen het verval dat het einde inluidt.

Want wat ziet het dier na de daad ?

Ruikt het de doodsslaap die komen gaat ?


Herinneringen vervagen, vergaan.

Geen steen blijft op de ander.

Onze tranen zijn natte sterren

Die hoog in de hemel staan.


De Kilimanjaro fluistert


Ik ben het Dak der Wereld,

Ik zie mensen mieren in het woud,

de loden zon, miljoenen jaren oud.

De stoffige savanne luistert

als Ik weer eens schreeuw.


Ik ben de Man van Sneeuw,

Ik zie moeras en luie leeuw,

een rottend kreng, rood zand,

neushoorn, wrattenzwijn, olifant,

Ik zie gier, giraf en wildebeest.


Ik ben de Kiliman,

hoe dichter jij komt,

hoe verder Ik ben.


Ik ben de Boze Geest,

Mij bereik je niet, naar Mij

is nooit een weg geweest.



Brussellose


Mijn taal is ‘t huis waarin ik woon,

de huid waaruit ik nooit vervel,

het anker dat me werd geworpen.


Mijn taal is de oude kathedraal

waar ik gefluister hoor van doden,

en vergader met verlaten goden.


Mijn taal is mijn adem en bestaan,

de stroom van woorden in mijn droom

waarop ik zwalk in een lege oceaan.


Mijn taal is ‘t levende verhaal

van wat ik denk en vagelijk vermoed,

de warme schoot die mij voldoet.


Mijn taal ben ik, zonder taal

raak ik onder de voet, ik

vergeet mezelf, faal en bloed.


Steiner


Wanneer waarden en waarheid verdwijnen,

Wordt de wereld gered door schoonheid,

Door woorden in ons geheugen geprent.


We wachten dan op de stilte waarin

Deze woorden gedachten verwekken

Als schilderijen vol licht en talent.


Het klinkt als muziek in de oren,

Maar in onze gedachten zijn we

Verslaafd aan kennis en macht.


En dan vermaledijden we de stilte na

Kwetsende woorden, we verwensen

Die woorden, ze worden verkracht.



Haiku


In volmaakte V

scheren eenden in de zon

over laag water



Van achter de schutting van Vandeputte (1977 )


De snelweglampen branden,

dromend hangt de Durme* stil.

Het struikgewas – of zijn het bomen ? –

beloert me vanuit alle hoeken.


Ik kijk uit op een plezante plaats, een kleine oever

en hoor het plonzen van de eenden.

Mijn hoofd is leeg en in de donkerblauwe hemel

pinkelen twee sterren.


De beiaard van daareven klinkt niet meer,

de stad en ik zijn gans alleen.

Het bochtige jaagpad grijnst en denkt:

zó zou de wereld moeten sterven.