Test
Download document

PRIEELS, Guy



De wraak van meneer Jules

…..
Kom erin, broeder. Eigenlijk hadden we broeder Valerius verwacht en dan nog over een tweetal weken.” – “Ik weet het, mevrouw, maar ik heb een dubbele bedelronde toegewezen gekregen omdat pater Valerius momenteel bedlegerig is.”

“Is hij ziek?” vroeg mijn vrouw. “Geopereerd van een gesprongen appendicitis en als gevolg daarvan het vuur in de buik. ’t Is kantje boord geweest, maar hij wordt behandeld met een nieuw soort medicijn. Ik kan u geruststellen, hij is aan de beterhand.” – “Arme man, doe hem onze groeten.” – “Zal ik zeker doen,” zei de broeder.”

De boer schudde het hoofd alsof hij iets niet begreep.

“Hij zag er net zo uit als broeder Valerius: niet te groot, geblokt, blozend als een kriek en goed in het vlees, afijn, gezondheid te koop. Iemand die van het goede leven hield, maar dat zijn we van monniken al langer gewend. Hij stak met plezier een sigaar op en wees ook een neutje niet af. En conversatie, commissaris, echt een man van de wereld.”

‘Had hij een bepaald accent?’

‘Een Westfluut . Vriendelijk, beleefd. Trop poli pour être honnête , heb ik tot mijn schade moeten ondervinden.’ Ik zei dat hij enkele weken te vroeg was omdat de tarwekorrels die op de graanzolder lagen te drogen, nog wak waren. Ze moesten gedurende twee weken om de dag met de schoffel gekeerd worden. Indien hij het graan direct mee zou nemen, zou het rotten in de zak. En toen gebeurde het. “Ik wil helemaal geen tarwe,” zei die broeder. “Dit jaar ga ik voor geld.” Hij zei het lachend, ik had niets door. ”Geld hebben we nooit in huis,” zei ik. “Wat huishoudgeld, ja, een handvol,” zei mijn vrouw, “niet eens de moeite om weg te geven.” En hij: “Als ik geld zeg, mevrouw, bedoel ik geld, en niet een handvol. U hebt vanmorgen een pak effecten ontvangen en ik wil dat u mij die overhandigt.”

…..


Verloren levens

…..
België was tot enkele jaren gelden een bondgenoot van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, maar in 1936 besloot het kleine land in het hart van West-Europa, een eigen koers te varen en zich neutraal op te stellen, wat het agressieve Duitsland natuurlijk graag zag gebeuren. Tijdens de vergaderingen die hij bijwoont, is Jean regelmatig getuige van de spanningen tussen de autoritaire koning Leopold III en de politieke klasse. Die leiden van de ene crisis tot de andere en Richard ervaart hoe het politieke lot van een land kan afhangen van persoonlijke emoties, partijbelangen, koppigheid en dwarsliggerij waar enkel de extremisten garen bij spinnen.

…..
Het sermoen wordt gehouden door een begenadigd prediker , le père Claeys-Bouüart S.J. Hij geeft telkens een staaltje van welsprekendheid weg voor de verzamelde crème de la crème . De pater kent zijn publiek. Het zijn de heersers. Zij hebben de pitten en de pruimen, bezitten de aarde en oogsten de vruchten, houden het kapitaal in de ene en de productiemiddelen in de andere hand. Wat hij zegt is van ondergeschikt belang, zolang hij zich maar uitdrukt in Gods eigen taal waarmee zijn gehoor zich onderscheidt van het Vlaamse gepeupel en zijn smeuïge dialect.

…..
(Dokter Martens, VNV : ) ‘ Elias? Duitsland heeft de oorlog overtuigend gewonnen en Elias doet het in zijn broek? De man kan dan bol staan van kennis, een simpele boerenwijsheid dat de smid het ijzer moet smeden als het heet is, ontgaat hem blijkbaar. Vlaanderen moet nu meer dan ooit op de bres staan. Kansen zullen ons niet op een schoteltje worden aangeboden, die moeten we zelf grijpen. De geschiedenis wacht niet op twijfelaars. Sossen en tjeven keren volop hun kar. Bij het VNV kunnen ze de verkoop van de lidkaarten niet bijhouden. De zoetwaterdemocraten zijn de poten onder onze stoel aan het wegzagen. Als we niet opletten, zitten zij straks op de plaats waar wij ons hachje op het spel hebben gezet. We moeten optreden. Dat getalm leidt nergens toe.’

Uitgemergeld, maar niet geknakt. Nog steeds dezelfde dweper. Zijn geestdrift voor de Vlaamse zaak is allerminst bekoeld en dokter Martens is helemaal klaar voor een nieuwe collaboratie.

…..
Dat Valeer ( Valeer Billiet, Verzetsleider) als vurig communist ook nog rabiaat flamingant kan zijn, gaat er bij Jules niet in. (…) ‘De kroon, de kerk, de justitie, het leger en het kapitaal zijn in handen van een Franstalige elite. Op de Vlaming wordt neergekeken, zijn taal wordt veracht. Mijn geboortestad is het schoolvoorbeeld van onderdrukking en uitbuiting, Gent is een stad van heren en knechten. Het Frans is de taal van de elite, het Vlaams de proletentaal. Taalverschil is standenverschil, de muur die de bovenlaag scheidt van het volk. Aan de ene kant tellen ze hun huizen, aan de andere kant hun luizen. Waarom is Gent de bakermat van het socialisme, denk je?’

…..
Zij ( Mimi Jongbloed ) knielt voor hem neer en maakt aanstalten om zijn broek los te knopen. Hij ( Oberleutnant Willy Hellmig ) zet twee stappen achteruit, richt het pistool op haar borst en drukt af. Ze valt achterover. Haar kleren kleuren helemaal rood. Hij buigt zich over haar heen. Zijn ogen vullen zich met tranen. Dan zet hij de loop van het pistool tegen zijn slaap en haalt de trekker over.

…..
Generaal Alexander Freiherr von Falkenhausen is een Duitse nobiljon, een Pruis van de oude stempel. Zijn minachting voor de Vlamingen, dat hij maar een volkje van lompe boeren vindt, is bekend. De oude sabelsleper vertoeft bij voorkeur in adellijke kringen en was een graag geziene gast op het paleis van Laken. Ons kent ons. Falkie is een snoeper, dol op mooie vrouwen, een verfijnde keuken, bourgogne grand cru, champagne en cognac. Hij heeft een uitgesproken afkeer van het nazisme en laat dat openlijk blijken als hij een glaasje te veel achter de kiezen heeft. Zijn onverholen bewondering gaat naar de Latijnse cultuur en in het bijzonder de Franse. Hij is dol op Parijs en niets ontspant hem meer dan een nacht in de Moulin Rouge in het gezelschap van een frivole danseres. Het grootste deel van zijn tijd brengt hij door in de sprookjesachtige omgeving van een kasteel in Seneffe in het gezelschap van zijn vriendin, prinses Ruspoli. De oorlog is niet voor iedereen slecht.

…..