ARTAUD, Antonin
|
qui comme un trait perce la croûte de la double calotte en voûte de la terre qui le démange.
qui marche d’un pas de punaise, mais qui sous la punaise en braise se retourne en coup de couteau.
Dieu-la chienne s’est retirée, des seins de terre et d’eau gelée qui pourrissent sa langue creuse.
pour broyer les caves de terre dont le crâne du chien stellaire sent monter l’horrible niveau.
|
doorboort als een pijl de korst van de dubbelgewelfde kalot van de hem schurende aarde.
die marcheert met wantsenpas, maar die onder de wantsengloed zich keert als een messteek.
heeft de hondsgodin zich verscholen, borsten van aarde en bevroren water die haar holle tong doen rotten.
de aarden kelders te vermorzelen waarin de schedel van de sterrenhond het verschrikkelijk peil voelt stijgen.
(vertaling Z. DE MEESTER)
|
|
cette route sans écriture Madame, et le signe de vos mâtures sur cette mer où je me noie.
le coup de fusil de vos lèvres cet orage qui m’enlève dans le sillage de vos yeux.
où la vie fait trêve, et le vent, et l’horrible piétinement de la foule sur mon passage.
on dirait que le monde tremble, et les feux de l’amour ressemblent aux caresses de votre époux.
|
deze tocht zonder schrift Madame, en ‘t teken van uw masten op deze zee waar ik verzuip.
het geweerschot van uw lippen deze storm die me meesleurt in het kielzog van uw ogen.
waar het leven stilstaat, en de wind, en het gruwelijke getrappel van de massa op mijn weg.
lijkt de wereld te wankelen, en de brandende liefde gelijkt op de strelingen van uw man.
|