Test
Download document

BOENS, Daan



BALLADE VAN DE ONSCHULD


Op 't grijs perron, nabij de Docks

Een blonde Lady met haar fox:


Een geur van wind en visserijen,

Van zee, van lis en specerijen,


Een lage lucht, een rookkolom,

Sirenenkreet, claxongebrom,


Een autosliert, een mensenjagen

En zij daarin op 't licht gedragen.


Zeer blond, zeer slank, doorschijnend glas,

In geur van rozen: roos in was,


Als kelk, heur haar op 't bont gegleden,

Als dauw haar ogen, naar beneden,


Onroerbaar staat zij op 't perron

En leeft en heerst: door mist de zon.


Wie gaat voorbij, kijkt op, treedt nader,

Denkt: 'Botticelli buiten kader.'


Zij waakt, negeert wie gaan voorbij,

blijft vrouw en recht in 't wild getij.


Zij streelt haar hond, zij glimlacht even:

dierogen zien haar naakt begeven.



Gij maan, verdwijn! - Ik wil nacht en duisternis


Gij maan, verdwijn! - Ik wil nacht en duisternis,

zodat wat om mij is, verkoolt, voor eeuwig,

en wat in mij leeft, sterft - geen hoop, geen kommernis,

ik wil het grote niets, waar geen wind is, niets is.


Geen puinen meer, omdat ikzelf een puin ben,

geen dromen meer, omdat ikzelf een droom was,

geen zang, geen zon, – het Niet, waar alles zwart is

en ‘k niet meer zie, wat vroeger lief en schoon was.


O maak me een lijk in 't leven, koud en blauw,

Zo dat mijn wijde, dode ogen altijd staren,

en 'k niet bemerke wat ik strak beschouw,

en 'k eeuwig zo van nacht tot nachten vare.


Het leven is te hard voor mensen-lijf,

het bloed te rood voor open-brandende ijzerwonden,

het bloed bijt peinzen uit het lijf, en 'k stijf

nog liever, dan te leve' in pijn heur band gebonden.


Gij witte maan, verdwijn! Uw schijn is logen, spot,

uw glans is waan, - het wanen maakt me bange,

zodat ik in elk wezen 't lijk reeds zie, dat rot,

en 'k in de bomen weet de spoken waaiend hangen.


'k Wil duisternis - oneindig! - Dood loert aan de wal,

en kogels grijnzen met hun stalen lachers-kreten.

Ik vrees de vrees - en 'k wil dat in het bronsgeschal

mijn hart wordt naar de dood, als naar een hond, gesmeten.