DE STOOP, Chris



Ze zijn zo lief, meneer

….
Later zei Mabaho dat we met de klanten in de séparé moesten drinken en ons laten betasten. Toen werd er al gedreigd. Als we het niet deden, kregen we geen papieren, geen geld en geen retourticket. Mabaho zei: in de séparé kan je altijd de drank stiekem onder tafel gieten. Maar de eerste keer goot ik het op de broekspijpen van de klant, dus die werd kwaad. Enkele weken later kwam Mabaho opnieuw naar ons. Hij maakte een vulgair gebaar, met de duim tussen wijs- en middenvinger. Hij wou dat we met de klanten naar boven gingen. Hij zei: “okee, meisjes, nu is de vakantie over!"

…..


Het boek Daniël

…..
‘Geef me die stok,’ zei Rachid.

‘Waarom?’ vroeg Ahmed.

‘Om hem terug te drijven als hij op ons afkomt.’

Ahmed reikte hem de hooivork aan.

Ze keken door een kier van de deur. De ouwe lag naast de kachel op de vloer, zijn hoofd op de sofa steunend, zijn ogen gesloten. Hij ademde luid. Hij leek diep te slapen.

De deur piepte en knarste, maar oom Daniel werd niet wakker. Geruisloos gingen ze naast het op de vloer rustende lichaam bij de kachel staan. Het kreukelige, baardige hoofd deed Rachid aan zijn grootvader denken, bij wie hij lang gewaakt had toen hij op sterven lag.

Het zien van de oude man, zo weerloos als hij daar lag, deed zijn opgewondenheid niet bedaren; integendeel, het enerveerde hem nog meer.

Hij nam met beide handen de zware hooivork vast. Hij hief de steel boven zijn hoofd, tot in zijn nek. Hij keek opzij naar zijn neef.

Ahmed pakte zijn iPhone. Hij begon te filmen.’

…..


Het complot van België

…..
en de socialistische minister van Buitenlande Zaken Willy Claes was een concert aan het dirigeren in Boekarest. Toen ze een dag later terug waren in Brussel, namen ze een van de ergste beslissingen uit de Belgische geschiedenis. De regering (Dehaene) besloot om ‘onze jongens’, die de ruggengraat van de VN-vredesmissie vormden, eenzijdig terug te trekken. Maar om die laffe aftocht te camoufleren en in te dekken, bracht minister Claes ook met succes een nooit eerder vertoonde lobbymachine op gang om de terugtrekking van alle andere blauwhelmen te eisen. Zodat de laatste afschrikking voor de doders zou wegvallen. Het sein dat ze straffeloos konden moorden.

…..
( Monsieur Georges – Radio Mille Collines) ‘Cityens Rwandais, de graven zijn nog maar halfvol. Help ze ons te vullen. Dood aan de Belgen. Dood aan de kakkerlakken. Hak ze de kop af. Hak ze allemaal dood …’

…..
Het was de maagd Maria, die zich Moeder van het Woord noemde, sinds 1981 aan enkele schoolmeisjes verschenen. Zij riep op tot gebed en boetedoening, zo niet dan dreigde de apocalyps. Dat was nog niets in vergelijking met de boodschap die zij op 15 augustus 1982 bracht. Geen blijde boodschap voorwaar: rivieren van bloed, brandende bomen, afgehakte hoofden, vechtende massa's, doden die niet begraven werden, dat was wat de Moeder van het Woord liet zien.

'De Heilige Maagd heeft de (Rwandese) genocide voorspeld,' zei Nathalie, de enige door de Kerk erkende zieneres die na de genocide in Kibeho was overgebleven

…..
Nonkel André onderging minstens driemaal een reeks elektroshocks, zonder narcose. Hij kreeg een bit in zijn mond en zijn slapen werden geschoren en met gelei ingewreven om de weerstand van de huid zo laag mogelijk te maken. Twee elektroden werden aan weerszijden van zijn hoofd bevestigd. de arts stelde de spanning in op zeventig tot honderddertig volt en de tijdsduur op 0,4 tot 1 seconde. Dan duwde hij op de rode knop.

…..
Op straat liepen enkele jongeren in jekker en spijkerbroek haar in de weg. Salaam aleikum. Vrede zij met u, zuster.

Toen ze vloekend overstak, riep de grootste: ‘Zuig mij af, slet! E de andere lachten. En toen ze over het Sint-Jan-Baptistvoorplein wegrende: ‘Hoer! Zottin! VuileBelg!’
…..


Dit is mijn Hof

…..
H et is weer zo’n dag van vechtende kraaien en krijsende meeuwen. Het is een dag om binnen te blijven, maar ik kan het in huis niet meer uithouden, ik moet naar buiten, naar de polder. Wanneer ik in Oud Arenberg aankom, voel ik de onrust luwen. De trotse herenhoeves, de fabelachtige akkers, dat hele weidse gebeuren, het maakte altijd diepe indruk op me. Ook nu voel ik weer ontzag voor de kracht, zoveel krachtiger dan vroeger, waarmee de zware tractoren voor me uit razen. Mijn broer kwam hier in zijn jeugd de grote polderboeren soms helpen met de oogst omdat hij toen zo graag met de moderne landbouwmachines werkte.

Achter in de Arenbergpolder, halverwege tussen Kieldrecht en Doel, staat nog altijd een afgelegen boerderij, die Hof ter Walle genoemd wordt. De volledig omwalde hoeve, met vooraan een voornaam woonhuis en achteraan een monumentale schuur, kun je als boerenzoon gewoon niet voorbijrijden zonder bewondering te voelen. Als je de oprit over de brede wal opgaat, begrijp je als vanzelf de oude uitdrukking: ‘Alleen boeren en koningen hebben een hof.’

…..
De Putten

Nu prijkt het naakte dakgebinte van de schuur als een rauwe ribbenkast tussen uitgestrekte plassen en moerassen. De oude balken, kepers en spanten glimmen spookachtig in de regen. De borden langs de weg leggen uit dat de zoetwaterkreek, het rietland en het weidevogelgebied rond de hoeve enkele jaren geleden aangelegd werden als de ‘tijdelijke natuurcompensatie’ Putten West, zo’n honderd hectare groot. Een steenworp verder, aan de andere kant van de dijk, ligt het eeuwenoude natuurgebied de Putten, maar dat zal door de haven worden ondergespoten.

‘En nog nieuws?’ vraagt Roger, de laatste boer van Hof ter Walle, die nog bijna elke dag naar zijn hof komt, dat zijn hof niet meer is.

‘Niets bijzonders’, zeg ik. ‘De akkers langs de Grote Geule worden nu ook natuur. Al tot in Sint-Gillis.’

‘Is dát natuur?’ vraagt hij en hij gebaart naar wat rond het erf ligt. ‘Dat onkruid? Die moerassen? Die ruige vlakte?’ Toppunt vindt hij het ecoduct, een betonnen tunnel onder een hobbel in het wegdek. De tunnel moet vrije doorgang geven aan de rugstreeppad. Waarschijnlijk een pad met een streep op de rug, denkt Roger. Doodziek wordt hij ervan. Zijn boerderij, een gemengd familiebedrijf, barstte van de natuur. In de schuur broedden elk jaar zwaluwen, uilen en vleermuizen. In de fruitbomen op zijn erf werden de laatste broedende kneutjes van de hele polder door de afbraakwerken verdreven, dat stond zelfs in een protestbrief van een ornitholoog. Ook de bomen zelf werden gerooid, omdat ze de aanvliegroutes van de vogels hinderden. Vooral ganzen hebben kennelijk landingsbanen nodig zoals op Zaventem.

Ja, een bloeiende boomgaard, een wiegend korenveld, een weiland met koeien, dat is nu geen échte natuur meer, weet Roger intussen. Hij kijkt mistroostig naar de tractoren die nog altijd door de straat denderen. ‘Kijk, ze zijn weer nieuwe natuur aan het maken.’

…..