Test
Download document

NEVELSTEEN, Max


De Kilimanjaro fluistert


Ik ben het Dak der Wereld,

Ik zie mensen mieren in het woud,

de loden zon, miljoenen jaren oud.

De stoffige savanne luistert

als Ik weer eens schreeuw.


Ik ben de Man van Sneeuw,

Ik zie moeras en luie leeuw,

een rottend kreng, rood zand,

neushoorn, wrattenzwijn, olifant,

Ik zie gier, giraf en wildebeest.


Ik ben de Kiliman,

hoe dichter jij komt,

hoe verder Ik ben.


Ik ben de Boze Geest,

Mij bereik je niet, naar Mij

is nooit een weg geweest.



Brussellose


Mijn taal is ‘t huis waarin ik woon,

de huid waaruit ik nooit vervel,

het anker dat me werd geworpen.


Mijn taal is de oude kathedraal

waar ik gefluister hoor van doden,

en vergader met verlaten goden.


Mijn taal is mijn adem en bestaan,

de stroom van woorden in mijn droom

waarop ik zwalk in een lege oceaan.


Mijn taal is ‘t levende verhaal

van wat ik denk en vagelijk vermoed,

de warme schoot die mij voldoet.


Mijn taal ben ik, zonder taal

raak ik onder de voet, ik

vergeet mezelf, faal en bloed.



Onze eigen republiek


Laten we lopen op het zomergras,

tussen hoge hagen in de avondzon.


Laat ons onze bonte bloemen ruiken

En naar vrije, verre vogels kijken.


Laten we staan onder het bomenlover,

aarde ademen en de wereld buitensluiten.



Gedrachten

Ben ik een ander ras,

een andere soort,

een Martiaan,

een meteoor?

Wie zegt me waar en wie ik ben ?

Er is geen stem die ik herken,

geen reden voor mijn groot verdriet.

Ik ga mijn blinde weg,

door de ruimte van het Niet,

door de glans van de sterrenrank.

Vreemd klinkt mijn klank,

raar klotst mijn geest.

Ik zit met een levensgroot ei,

het gevoel hier nog te zijn geweest.

Mijn groet is vals.


Icarus


Nachten dat hij

lag te wachten

op wat komen moest,

dagen vol van vragen

over wat was.


Hij wou dat hij

vrij vliegen kon

met vledervlerken

naar de horizon,


dat de Noordenwind

hem jagen zou

op een wonderwolk

richting Zuiderzon.



Verloren onschuld


Hij werd als kind, Rik,

door het leven niet verwend.


Herhaling was hel, muren

van verveling liep hij op,

radeloze vensters gaven uit op

gemiste kansen, voorjaarswind

stormde door zijn regenhoofd.


Die jongen met zijn weemoed-ogen,

hij wil niet weten hoe hij is,

hij wil vergeten wie hij was,

hij wacht nog altijd op de dag

dat alles anders wordt.


Dan slaapt alles stil, Rik,

en zijn doet geen pijn meer.