LEMS, Mariet



Gezien


Omdat ik lucht ben kan ik alles zien

wenkende grienden, kronkeldijk, rivier

het rode pannendak, en wat daaronder speelt

het stuiterkind dat hoge liedjes zingt

dat poppen stapelt in de schoot van haar

die onbeweeglijk naar het water staart


lucht ziet het, lucht begrijpt

dat alles wat in haar ogen zwart is

doden zijn

als zij mij noemt|

noemt ze hun namen


lucht kan ontsnappen, lucht trekt de broer

uit school, de toverbroer, hoe doet hij het

moeder veert op, begraaft de doden even

in haar hoofd met aarde, stuurt ons weg|


ik ben al minder lucht al is zijn hand

een bankschroef van verantwoordelijkheid

en fronst hij van mij weg

griendwerkers slaan het mes in wilgentenen


daar is mijn vaders school, het plein is leeg

ik ren door de granieten gang, plof buiten adem

in de bank, en kijk hoe hij mijn namen

op het schoolbord tekent, omkijkt, zegt

daar ben je weer