VERHELST, Peter



Tongkat


Dat jaar was de ijzige kou een slang die beet naar je hielpezen of naar je neerhangende handen, om zich daaraan op te trekken. Opklimmend langs je ruggenwervels. Kronkelend rond je hals. Tussen je lippen door.

Als gelatine steven je hersenen op in de beenderwitte kom van de schedel. Als woekerende diamanten zette die kou zich op je tanden vast. Je hele lichaam nam de kleur aan van gestold kaarsvet.

…..