CHABOT, Bart
IJstijd
Die avond vertrok een auto
richting snelweg
en de honden blaften niet
het dashbordvak was leeg
op een kaart van West-Europa na
een pak tissues
een aangebroken rol pepermunt
er woedde koude
oorlog in mijn hoofd
we reden zwaar weer tegemoet
tegenliggers voerden groot
licht in de verte
wij naderden
de interzone
niemandsland
het grensgebied
Ondersteboven
het stormde
windkracht negen maar liefst
volgens het knmi
en die jongens kunnen het weten.
de bomen bezemden, wild geworden,
met hun wintertakken
de wolken weg
en even leek het of
de hemel keukenzeil geworden was
of een ijsvloer:
de wereld stond op zijn kop
hier voelde ik me
om de een
of andere reden
nu eens buitengewoon prettig bij