NUYTS, tijl
Grondwerk
…..
Na die eerste twee slangachtigen kwam er nog een hele rits langs. Geen enkele viel me aan. Dit waren niet de zandboa’s of de roodlipslangen die ik mijn hele leven had gevreesd, maar onbekende beesten die op gezette tijden kwamen aanrollen, elkaars bewegingen spiegelden en geroutineerd groepjes mensen opslikten en uitspuwden. Zolang ik niet dichterbij kwam, leek ik geen gevaar te lopen. Uit hun bek kwam geen gevorkte tong geflikkerd. Geen tongpunten die moleculen uit de lucht grepen en mijn locatie doorseinden naar hun brein. Hadden ze wel een bewustzijn? Ik betwijfelde het. De voortdurende aardbevingen op het plein leken veroorzaakt te worden door beesten die steeds weer dezelfde lusbeweging maakten, vastberaden, bijna slaafs. Ondertussen herken ik het gedaver van de trams maar al te goed. Bang ben ik al lang niet meer. Of toch niet van hen. Want zoals je weet dreigen hier heel andere gevaren. Ook nu beeft de grond onder mijn voeten – en onder de jouwe. Snel enkele verstevigingen aanbrengen. Wacht hier. Ik ben zo terug.
…..