BREMER, Rudy
Westerbork, 1943
Langs de spoorbaan, waar de veewagon
de laatste, lange rit begon,
lag, tussen sintels, half op 't dorre gras,
zoals hij 's nachts gevallen was
een briefkaart, heimelijk door een kier gedouwd
aan 't bitter toeval toevertrouwd, aan de wind -
gericht aan een adres in Amsterdam,
een kreet die weinig ruimte nam: Red m'n kind!’