ASSCHER, Maarten
De verstekeling
…..
‘Meneer,’ sprak de vrouw vermoeid, terwijl ze het sjaaltje om haar hals verschikte en haar hoofd vervolgens een beetje schuin hield, ‘het is standaard dat bij goedkope chartervluchten de vertrektijden kunnen veranderen. Als u dat niet wilt, moet u voor vijf keer zoveel geld een lijnvlucht boeken. Het enige wat ik voor u kan doen is u een maaltijd-voucher aanbieden. Uw vliegtuig komt nu eenmaal pas om half vier binnen en daar is echt niks aan te doen. Neemt u dat van mij aan.’
Even later liep David met zijn tegoedbon in de ene en zijn reistas in de andere hand opnieuw langs de incheckbalies in de grote vertrekhal. Davids bescheiden persoonlijkheid vloeide weg in de onbepaalde atmosfeer van deze kolossale ruimte. Een jongeman van circa 1.80 meter met donker, krullend haar, gekleed in een korte blauwe jas en een beige spijkerbroek, en met een blauw-gele reistas in de hand. Hij kon eigenlijk iedereen zijn, onderweg van overal naar nergens, of vice versa. Hier en daar verschenen plukjes van twee of drie mensen, die spoedig weer in draaideuren, via roltrappen en achter balies oplosten. Af en toe klonk door de enorme ruimte het irritante geluid van een koffer op wieltjes, die over de kleine tegels op de vloer werd voortgetrokken.
Misschien had het meisje van Quick Tours inderdaad geprobeerd hem te bellen, bedacht David zich met schrik. Toen hij zo rigoureus de boodschap van Jetta op zijn antwoordapparaat had gewist, had hij misschien per ongeluk ook een andere boodschap verwijderd.
…..
De vuurtorenwachter
…..
Ik kon mijn Engelsman wel op zijn roze voorhoofd zoenen om de twee dingen die hij vervolgens deed. In de eerste plaats vroeg hij of mevrouw Guille geen enkele stoffelijke herinnering bezat aan deze tragische geschiedenis. En toen zij uit een laatje van haar secretaire een zwart aantekenschrift had gepakt, en hem dat bevend in handen stak, gaf hij het eerst aan mij door en betrok de oude mevrouw vervolgens minutenlang in een gesprek, zodat ik het schrift tenminste met enige aandacht kon doorbladeren. Uit hun woorden maakte ik intussen op dat dit verfomfaaide cahier heimelijk, als herinnering voor de beide families was meegenomen door een bemanningslid van de maandelijkse proviandboot, die de vuurtoren op 22 april 1912 geheel verlaten had aangetroffen. Een moord zou ik ervoor hebben gedaan om dit bewijsstuk althans voor een paar dagen mee te kunnen nemen, maar ik voelde dat ik het ding niet nog eens uit die secretaire zou zien komen, en dat ik in de gauwigheid - tussen hun gesprek door - zoveel mogelijk moest onthouden wat ik las, te beginnen met de titel die op de deels vergane, wit uitgeslagen kaft was geschreven:
SHIPS I HAVE
SEEN
WITH MINE
OWN
EYES
. Vooral de onderstreping van het woordje ‘seen’ en de onbeheerst gekrabbelde hoofdletters bezorgden mij een rilling die van onder naar boven over mijn rug liep
…..