MARI L. (Lutgarde SMETS)



Getijdig Neemt de Zee


Getijdig neemt de zee het land

ze aarzelt, proeft en strandt

dan zwelt ze aan

en laat haar golven gaan


Ze vult, omhelst en dekt

tot alles is verwekt

gelouterd en bevrijd

van schroeiende gelatenheid


Soms mint het water als een beest

is het liefdesspel te ruw geweest

gehavend, murw gekust

het land ligt uitgeblust


Getijdig neemt de zee het land

het passiespel houdt eeuwig stand—

loopt bijwijlen uit de hand



//////////////////////////////


het ruikt al naar herfst

de bladeren ritselen

bekennen weer kleur



//////////////////////////////


Neergeschreven


Het leven was nog klein en dicht

een ingekaderd dorpsansicht


Maar huizen hadden toen nog hoeken

waar je als kind verdwijnen kon in boeken


die vensters boden om te ontsnappen

en een andere wereld in te stappen


met codes voor het grote leven

die houvast en richting geven


en kaders schoven met een keer

zo schreef de tijd het leven neer


mijn winter komt stilaan in zicht

maar het laatste boek is nog niet dicht



De Koningin van Onderland


En dan is er nog ver over de rand

de Koningin van Onderland

schraal van hart en ook van ziel

met venijn in haar profiel


Geheven toorts en lange tenen

gekrijs dat kaatst op koude stenen

in onderaardse gangen – een plan

om onderdanigheid te vangen


Angstaanjagend gek

dansend in eigen blinde vlek

het lezen greep me naar de keel

die ene strip, te vaak, te veel


Nu eigent ze zich zowaar een plek

in ’t koor van de ongeziene overkant

angstaanjagend gek –

de Koningin van Onderland


Koraal


De stalen zon glijdt schuin

doorheen kristallen bomen

een stralenspel dat tikkelt

spikkelt

op het wit koraal –

winterpraal

van een bevroren waterkant


De lucht is hel, het licht is laag

het water dicht en traag

de eenden draaien rondjes

bomen houden nu hun takken in

de kou maakt wit en stil


Winterzon klimt met de dag

en doet betovering verdwijnen

ach, schoonheid van rijp en rijm

krijgt gewis beslag

in poëtisch verstilde lijnen