MOORS, Els


alba

ik wilde vragen waar is het licht?

maar het brak al door het bladerdek van de boom heen

en omarmde de stam

het gutste al van mijn voorhoofd

tijdens mijn uitgeputte dansen over dit te smalle koord

want dan is mijn lief breed als een oceaan

waar ik niet over heen geraak

dan leunt hij blauw en stil tegen mijn blik aan

als was hij al bijna doodgegaan

terwijl de maan zich nog door

de hemel sleept walst de wereld

alweer door de open ramen bij ons

naar binnen wil ik beminnen

word ik bewerkt verpletterd en verslagen

het licht baant zich een weg

en glinsterend is wat ik weet

dat ik nog een keer

voor ons zal moeten sterven



Voer voor struikrovers

…..

de cel van de vrijheid

is de meest geschikte vorm van gevangenschap

ik ontwaak elke ochtend in een huis

dat niet van mij is


en iedereen die me op straat

passeert is me nu alweer vergeten

alleen voor de roos

ben ik toch iemand geweest


als ik halt houd

toont ze me haar vurige mond

snuffelt ze aan me


als een hond


…..

ik blijf alleen met dat wat voor mij ligt

de mij nog onbekende dagen

in handen van een wereld

die zich zomaar grijpen laat


de duinen het zand de geur

van de zich aan de zon prijsgevende

bloemen, wat er van mij verlangd wordt

een vrouw zonder huis te zijn


in een lichaam dat niemand kent

…..