Test
Download document

HANNES, Juul



VUB bevestigt eeuwige transfers van Vlaanderen naar Wallonië, interview in Trends, 22 juli 2004

…..
Vlaamse politici vertrekken steevast van het beginsel dat België niet mag barsten. België zal nog lang niet barsten. Het barst op de dag dat de Franstaligen één eurocent betalen aan de Vlamingen.

…..
Ik zoek al 40 jaar naar voorbeelden van de solidariteit van het zuiden met het noorden. Ik heb er nooit gevonden.

…..
De kostprijs van het bestuur in Wallonië is bijna 50% hoger dan in Vlaanderen. Dat is nog hoger dan in Brussel, waar de meerkosten 35% bedragen. Als de Franstaligen hun cliëntelisme in neofeodale structuren willen handhaven, en de extra inkomsten van de transfers niet in hun onderwijs willen stoppen, dan is dat hún zaak. Wij hoeven daar geen belastinggeld voor op te offeren. Wallonië trekt zich niets aan van de wensen van de grootste gemeenschap van België.

…..
Laat de transfers passeren via de Europese Unie en na enkele jaren zal men daar vaststellen dat het de spuigaten uitloopt. De EU zal dan eisen dat Wallonië zijn bestedingen normaliseert. "Vanaf 1830 hebben de Vlamingen de Belgische rekeningen buitenmatig betaald, onder meer voor de bruggen, spoorwegen en kanalen van Wallonië. Dat deden ze zelfs in de dramatische jaren 1840-1860, toen arm Vlaanderen op zijn dieptepunt zat en als Vlaanderen vandaag arm was geweest, dan zou onze positie uiterst zwak zijn en zouden we geen eisen mogen stellen, maar nu kunnen wij, als wij willen, door onze rijkdom met de vuist op tafel slaan. Die rijkdom is er niet gekomen door bijvoorbeeld transfers van zuid naar noord, zoals het officiële Franstalige verhaal klinkt.

…..
Als ik de belastingen van de vier Vlaamse provincies vergeleek met die van de vier Waalse provincies, dan klopte het beeld niet dat wij voorgeschoteld krijgen namelijk dat transfers in de negentiende eeuw van zuid naar noord gingen en dat wat nu gebeurt een compensatie zou zijn voor de solidariteit die Wallonië opbracht in de eerste tachtig jaar van België. In de negentiende eeuw was Vlaanderen veel armer dan Wallonië. Het gewicht van de transfers is waarschijnlijk nooit zwaarder geweest dan in de jarenveertig en vijftig van die eeuw. De neergang van de Vlaamse provincies begon in 1810, 30 jaar later was de uitputting volledig en toch bleven de transfers vloeien. Oost- en West-Vlaanderen zakten in elkaar door hun overbevolking en de combinatie van drie verzwakkende sectoren: landbouw, tuinbouw en huistextiel. Door de honger in Vlaanderen slonk zelfs het bevolkingscijfer. Bij de aanleg van de spoorweg Brugge-Kortrijk mocht de plaatselijke bevolking helpen; de werkers ontvingen één brood per dag. De gezinsleden crepeerden, want één brood is net vol doende om de kracht van één persoon op peil te houden.

…..
De bedragen van de directe belastingen kunnen gerelateerd worden aan het inwoneraantal van de regio's. Uit die cijfers blijkt volgens Hannes dat een Vlaming gemiddeld 5,3% meer heeft betaald dan een Waal.

Berekend met het gezin als maatstaf bracht Vlaanderen 199 miljoen goudfrank meer op. Indien een Vlaams gezin slechts evenveel zou hebben betaald als een Waals, dan had Vlaanderen jaarlijks 2,5 miljoen goudfrank minder moeten afstaan. Dat bedrag krijgt pas echt betekenis als we het vergelijken met de jaarrechten op koolmijnen en groeven een directe belasting die vrijwel exclusief in Wallonië werd geheven. Het zwarte goud van Wallonië bracht jaarlijks gemiddeld 550.000 goudfrank in de staatskas, vijf maal minder dan wat de fiscus in Vlaanderen aanboorde. De fiscus had de Waalse steenkoolopbrengsten moeten belasten.

…..
De fiscale bril van de ontegenzeglijk bekwame en correcte ambtenaren in de negentiende eeuw was niet communautair misvormd. De fiscale wetgeving van het begin van de negentiende eeuw werd niet aangepast aan de snel veranderende economische gegevens, en kon de vooral in Wallonië gevestigde zware nijverheid niet naar behoren belasten. Diezelfde onaangepaste wetgeving zorgde er wel voor dat het in het begin van die eeuw relatief rijke Vlaanderen -wat vanaf 1810 omsloeg in armoede - nog een eeuw lang op zijn verleden belast werd. In het overbevolkte Vlaanderen stegen de pachtprijzen door de grote vraag tot een onredelijk peil, en droeg de grond dus én een hoge pacht én een belasting die niet meer in verhouding stond tot de werkelijke inkomens.

…..

"