Test
Download document

UPHOFF, Manon



De vanger

…..
Een keer vond hij haar bij thuiskomst in de gangkast, naakt tussen de jassen. Hij had aangebeld, maar ze deed niet open en na een paar minuten was er een verlammende angst, die hij ten slotte had weten te bezweren door de sleutel van zijn eigen sleutelbos (die hij nooit gebruikte omdat hij altijd aanbelde) in het slot te steken, naar binnen te stappen, zijn jas uit te doen en zijn schoenen uit te trappen en met de jas in zijn hand de gangkast te openen, zonder achterom of opzij te kijken. In het donker zijn hand uitstekend greep hij per ongeluk in haar borst, die aanvoelde als een klein zakje gerst. Vera gilde en lachte. Ontzet en opgelucht struikelde hij over de drempel van de kast en kwam met zijn voorhoofd tegen de stalen roe terecht, terwijl zijn handen steun zochten, maar alleen jassen vonden en zachte huid. Toen tastte hij naar haar hoofd en duwde het zo stevig tegen zijn borst dat ze kermde.

Geleidelijk aan sloop er ook iets van wanhoop in hun samenzijn, van verzet dat omsloeg naar nieuw verlangen dat niet bevredigde, maar uitputte en moedeloos maakte. Ze maakten grappen die luchtig hadden moeten zijn. Op een dag zouden ze zich terugtrekken in het warme bed (het ‘nest’ zoals ze het allebei noemden) en niet meer naar ‘buiten’ gaan. Eventueel zouden ze Julian, later, als hij daar behoefte aan had, vrij laten spelen in de tuin.

…..