Test
Download document

PERQUIN, Ester Naomi


DE LAATSTE ONBEKENDE

Dus u heeft in het geheim geleefd, werd ondergronds
geboren, u bent nooit in beeld geweest.
 
Dus u woonde op plaatsen waar geen kijkers kwamen,
geen hond verlaten rondliep, neus dicht bij de grond,
u kwam nooit in verleiding iemand
duidelijk zichtbaar te aaien.
 
U nam geen goedgeschreven woorden in de mond,
had geen zorgvuldig gezicht – hoe,
als wij u niet zagen heeft u geleefd?
 
Hield u zich ergens voor iemand verstopt?
Leek het voor u andersom – raakten wij weg
zolang u geen deel had aan ons?
 
U kunt niet meer weggaan zoals u hier kwam,
in het donker, als een geheim. Blijft u
zo zitten dan zoomen wij in.
 
Dit is uw kans om aanwezig te zijn.


Welkom terug

Ik weet hoe ze ’s avonds door de poorten binnenkomen.

Hun handen nog komvormig van de vastgehouden

kinderhoofden, hun rug geknakt naar voren.

Ze dragen in hun kleren buiten mee en etensluchtjes,

hondenharen, bier, de geur van warme vrouw en

laatste sigaretten samen, groezelige lakens.

Ik kijk naar de mannen als ze zich wassen,

zeep, stof, heimwee achterlaten.

Ik weet dat alle vrouwen bij de poorten blijven staan.

Hun jassen hoog geknoopt, de handen

in de zakken, hoofd gebogen.

Hoe mannen zwijgend verder lopen.


Testament


Somber waren we. Somber, oud en vrolijk. Een laatste

bloedeloze zomer, alleen op afstand te verdragen.

Je was zo bleek geworden, mager. Bij daglicht

minder op je plaats dan ooit.


Afijn, zei ik, de laatste levensdagen. Je kuste mijn wang.

We rookten, beschaamd, om wat er over was.

Na alle grappen, wijn, volgehouden mensenhaat

en poëzie – we wisten niets.


Dit, zei je, moet het dan maar zijn. Schrijf jij maar

dat ik slordig was. Slordig. Gretig. Bang en

goed gekleed. Zes woordenboeken oud.


Auf wiedersehen, Schwesterlein. Lijdend aan liefde,

de greep van het café – de zon zakt straks

weer richting hel. Alle idioten vieren feest.