Test
Download document

RIJNEVELD, Marieke Lucas



De avond is ongemak

…..
Soms vraag ik me af of het zou helpen als we vader en moeder kopje-onder duwen in het pekelbad, als we ze opnieuw dopen ‘in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’, zodat ze een steviger vorm krijgen en langer houdbaar zijn. (…) Af en toe lijkt het me zelfs rustiger als ze voor een tijdje kopje-onder zijn, maar ik wil niet dat Obbe dan voor ons gaat zorgen, dan komt er nog minder van ons terecht en we zijn al zo weinig.

…..
Ieder verlies heeft alle eerdere pogingen in zich om iets bij je te houden wat je niet kwijt wilde raken, maar toch moet loslaten. Van een knikkerzak gevuld met de prachtigste knikkers en zeldzame bonken tot aan mijn broer. In verlies vinden we onszelf en zijn we wie we zijn: kwetsbare wezens als uitgeklede spreeuwenjongen, die zo nu en dan naakt uit hun nest vallen en hopen dat ze weer opgepikt worden. Ik huil om de koeien, ik huil om de drie koningen, uit medelijden en vervolgens om het belachelijke zelf gehuld in een jas van angst, om zo de tranen weer gauw weg te vegen.
…..
Als iemand dichtbij staat of ligt krijg ik het gevoel dat ik iets moet bekennen, dat ik mij moet verantwoorden voor mijn aanwezigheid...

…..
De veearts trok het opstapkrukje onder de wasbak vandaan en ging erop zitten. Het kraakte onder zijn gewicht.

‘Boer Evertsen heeft hem uit het meer gevist.’ Even wachtte hij, keek van Obbe naar mij en vervolgde toen: ‘Jullie broer is dood.’ Ik keek van hem weg naar de handdoeken die stijf van de vrieskou aan het haakje naast de wasbak hingen, ik wilde dat de veearts opstond en dat hij zou zeggen dat dit alles een vergissing was. Dat koeien niet veel verschilden van zonen, zij trokken ook op een dag de wijde wereld in, maar keerden voor zonsondergang en voor voedertijd weer terug in de stallen.

‘Hij is schaatsen,’ zei moeder, ‘en komt zo terug.’

…..