Test
Download document

TRITSMANS, Marc


Het boek van de vader


Op zoek naar de wereld groef ik vastberaden

in zijn boekenkast en koos met grote zorg

op gewicht en geur, ook papier en bladspiegel

hadden hun belang. Ik las met honger


en begeerte, volgde de sporen die hij her en der

in potlood achterliet. Toen is hij doodgegaan en

heb ik het gered. In nog altijd even koningsblauwe

inkt hervind ik vandaag op het schutblad zijn geschrift


slechts naam en datum, maar ik zie voor mij de jonge

man die op deze dag net achtentwintig werd en van mij

zijn toekomstige zoon, nog geen vermoeden had.


Als een meteoriet uit vroegere warmere tijden

rust het boek van de vader hier nu schroeiend

in een hand die al begonnen is te lijken op de zijne.


Uitgesproken

praat met mij en doe dat

honderduit, vertel me zwijgend

waarover een leven gaat

hoeveel tederheid er nodig is

en adem gulzig tot het eind


spreek dit lichaam zonder

een spoor van schroom, spreek

het, spel het volledig uit

laat me duizelen breng me

in totale ademnood geef je


eindelijk helemaal bloot


Geen aanleg

Geen aanleg voor koetjes en kalfjes.

Te weinig geduld voor diplomatie. Wie

heeft het niet allemaal eerder geroken,

gezien en gehoord: de duistere walm

van lafheid en leugens, alle schijn-

bewegingen en machinaties, je eigen

gebreken en die van de soort. En dan

komt de kunst om de laatste bruikbare

toonaard te vinden en niet te verzinken

in dat o zo zalige, zwijgende niets. Want

natuurlijk is alles al eerder gezegd en

vertoond, maar nog levend al zwijgen

is wel de allerdoodste dood.


Gletsjerman

De hele wereld wil nu wel eens weten

hoeveel tanden hem ontbreken, hoe vaak

zijn kleren zijn versteld. Wat hij die

laatste middag heeft gegeten haalt men
ook wel even uit zijn maag. Zijn penis

is men in de drukte kwijtgeraakt.

Na vijfduizend jaar in de verstikkende

stilte van sneeuw en ijs knippert hij

even verdwaasd met de helblauwe ogen.

Sterft dan van schaamte een tweede maal.


Oom


bespaar mij voor altijd het geluid

van een telefoon op een vroege

ochtend en een vertrouwde stem

die zegt: hij is al koud en zijn huid


al helemaal blauw, domweg stil

gevallen zonder dat hij er zelf erg

in had, het hart van die stoere man

met wie ik gisteren nog voetbalde


en pas nu ik hem in leeftijd lang

achter mij heb gelaten, zie ik hoe

weinig jaren wij hier samen waren


maar hoe zijn misplaatste en nooit

te aanvaarden sterven mijn leven

sinds die dag in een wurggreep houdt