Test
Download document

JOORIS, Roland



Bij de dood van vader Raveel


In de tuin

langs de gelijnde betonpalen

en de omgespitte aarde

gaat Vader nu niet

meer


En ook in het huis

met de kat en de duif

en de grote witte muren

zal hij niet meer voor

het venster staan kijken

als naar iets dat veraf is

en niemand begrijpt.


Hij zal vanavond

hier niet zijn. Wij zullen

hem de hand niet meer

kunnen drukken. De

goede sterke hand van

een mens.

Hij is nu weg. Al lijkt

het mij of hij slechts

even buiten is.



Zelfportret


Wat ongeschonden

in hem huist

het is geen zuiverheid


het is geen kind

dat met nog stompe letters

schrijft


het is een blik

die rauw en ongenadig

kijkt


het is wat tegenstrijdig

hem ontwricht

en dwingt


het is weerbarstigheid



Sneeuw


Het wit.

Onhoorbaar is

het wit. Slechts

wat getrippel

van vogelpoten

heel omzichtig

in de bange

stilte van het

wit.


Onhoorbaar ligt

het wit in de

leeggeblazen ochtend.

Ik schrijf er

geen voetstappen

in.


Matisse


hoe

hij een lijn

kon doen vliegen

in de vorm

van een duif

tot een geklapwiek

van wit

in zijn schaar


met de hand

verdeelde hij licht

in het vlak

van zijn kamer


amper 80

fladderde hij

elke dag opnieuw

de lente

in