VAN OYE, Eugeen



Wees man en houd u recht: buig nooit en buig voor niemand –

dan voor de Waarheid, bruid der eeuwen, geest van God,

Zie! rond uw voeten krielt een kruipend slavenrot…

Ontstijg die modderpoel! Daar zijt ge uzelf, zijt Iemand.



Sterrenloze nachten


Fecisti nos, Domine, ad te; et inquietume

est cor nostrum, donec requiescat in te. (Augustinus)


Altijd wensen, altijd vrezen,

hoop en wanhoop in het hart:

rusteloos geslingerd wezen

van de vreugden naar de smart…

Altijd voorwaarts, voorwaarts haken,

zonder stuurman, zonder baken,

naar een steeds onzichtbaar strand :

en – bij ’t moedig henenstromen,

moedeloos, droefgeestig dromen

van ’t verloren kinderland !


Gistren wiegde ik heen in dromen

die vandaag vervlogen zijn;

and're zullen wederkomen

met hun valse toverschijn…

Ach, het onstandvastig wezen

van ’t geluk dat, pas gerezen,

henenwasemt in verdriet !

Tussen ’t gister en het heden,

tussen toekomst en verleden,

welk een stipje, welk een Niet !


‘k bemind en heb genoten,

‘k heb geweeklaagd en gezucht,

’t woelziek leven uitgegoten

op de winden in de lucht.

‘k zocht, gezweept door hunne roede,

’t lokkend leven, levensmoede…

tot ik machteloos nederviel…

O ! wie zal daarheen mij voeren

waar geen banden zullen snoeren

mijne vrijgeboren ziel ?…