Test
Download document

CLAES, Paul



De vreemdeling


Hij was hier in dit donker huis te gast,

maar voelde zich vergeten en verweesd.

Afwezig schuifelde hij op de tast

rond in de schemerwereld van zijn geest.


Geen van de anderen toonde zich verrast

toen hij vertrok te midden van het feest

waarop hij niemand was tot lust of last.

Het leek wel of hij er nooit was geweest.


Hij liep tot hij het helder huis zag staan

dat zich verborgen had achter een bocht.

Op het bordes vond hij de voordeur dicht.


Een vrouw verscheen. Ze vroeg hem wat hij zocht.

Hij zweeg. De deur was half opengegaan

en stond stil tussen duisternis en licht.


Boeddha


Ik die het beeld van alle beelden ben

en met mijn glimlach elke droom omspan

en iedere begoocheling beken,

ik die in al wat is en worden kan

de schaduw van mijn eigen waan herken,


ik die de spiegel ben van vrouw en man

en hun geboorten en begeerten ken,

ik die hun dienaar was en hun tiran,

en mijn barmhartigheid verberg in hen,

ik ben het beeld dat alle beelden bant.


De spin


In mezelf op zoek naar zin
trek ik uit mijn duister traag
wiegend tussen hoog en laag
mijn verwarring als de spin

die verloren in een vraag
zonder einde of begin
zichzelf voelt gevangen in
zijn vergeefse hinderlaag

tot de stille vleugelslag
van een vlinder binnendringt
in het raadsel van het rag

en het sidderende dier
tussen zijn en niet-zijn zingt
op zijn ongeziene lier.