BAYAR, Maris


Dus hij ging niet

Dus hij ging niet,

want ze weenden

om dat ongewisse

in het oudere en jongere leven.


Zoals wolken wonderbaarlijk zweven,

dansten ze met waardigheid.

Dicht tegen elkaar aangeduwd,

hoofden schouderdiep gebogen,


in de stank van bier en brillantine,

tussen verschraalde minnaars

die bijwijlen

oneindig weemoedig zingen.


Ze dansten

godganse tierende nachten met twee,

op blues in bars.

Openliggen ging de zee.



/////////////////////////////////////


Zeggen in het leven

Dat je op een bitter koude vriesnacht


Het ijs onder je voeten

Hoorde kraken en


Je omgekeken hebt naar het lot

Is nieuwsgierig zijn.


Nieuwsgierig zijn

Is geen Ondeugd.


Is Schrijven

Tot je er bij neervalt.


Een Parelsnoer


Er zijn zo van die zoelte dagen

dat het net weer zomers wordt

doch het is werkelijk

strenge wintertijd.

Zo’n dag was het die dag.


Alsof vandaag dan gisteren

of vroeger was.

Alsof ’t niet één maar honderden

herinneringen waren.

Zo hebben we toen, goddank toch
van elkaar gehouden.