Test
Download document

BUDÉ, Frans


Van verre


Tevoorschijn komen verdwaalde trossen,

purperviolet omlijst. Hoe het daarna

geurt, dunne stengels kruipen, slingeren

naar elkaar. Voor wie tegen de avond komt,


tussen plekken gele aarde zich vertreedt,

groeit meteen het raadsel. Wat men nazoekt

in de schemer, de lipbloemige, haar half

kransstandige paarsheid, veelvuldig gedeelde


bladeren, verstuift tegen de morgen.

Het wordt sluipen naar een vogelnest,

begerig de berg opgaan, hoogten naar een bos.

Naar de verste rand in grote laarzen.


Totdat het volstaat, men afstand neemt –

waar ook alweer vandaan? En afdaalt naar


de velden. Met iele witte hoorntjes, haast

doorzichtig, tast een wijngaardslak zijn route af.