Download document













PESSOA, Fernando



Tabacaria

Não sou nada.

Nunca serei nada.

Não posso querer ser nada.

À parte isso, tenho em mim todos os sonhos do mundo

…..

Chego à janela e vejo a rua com uma nitidez absoluta.
Vejo as lojas, vejo os passeios, vejo os carros que passam,
Vejo os entes vivos vestidos que se cruzam,
Vejo os cães que também existem,
E tudo isto me pesa como uma condenação ao degredo,
E tudo isto é estrangeiro, como tudo.)
…..


Het tabakswinkeltje

Ik ben niets.
Ik zal nooit iets zijn.
Ik kan niet verlangen iets te zijn.
Los daarvan draag ik in mij al de dromen van de wereld.

…..

Ik kom aan het raam en zie uiterst helder de straat
Ik zie de winkels, ik zie de trottoirs, ik zie de voorbijrijdende wagens,

Ik zie de geklede levende wezens die elkaar kruisen,

Ik zie de honden die er ook zijn,

En dit alles kwelt me als een veroordeling tot ballingschap

En dit alles is vreemd zoals alles.)
…..
Vertaling Z. DE MEESTER





IX

 

Sou um guardador de rebanhos.

O rebanho é os meus pensamentos

E os meus pensamentos são todos sensações.

Penso com os olhos e com os ouvidos

E com as mãos e os pés

E com o nariz e a boca.

Pensar uma flor é vê-la e cheirá-la

E comer um fruto é saber-lhe o sentido.

Por isso quando num dia de calor

Me sinto triste de gozá-lo tanto,

E me deito ao comprido na erva,

E fecho os olhos quentes,

Sinto todo o meu corpo deitado na realidade,

Sei a verdade e sou feliz.


IX

Ik ben een hoeder van kudden.

De kudde, dat zijn mijn gedachten

en mijn gedachten zijn allemaal gevoelens.

Ik denk met ogen en oren

en met handen en voeten

en met neus en mond.

Zich een bloem indenken is ze zien en ruiken

en een stuk fruit eten is het begrijpen.

Vandaar dat ik, als ik me op een hete dag

droefgeestig voel omdat ik er zo van geniet,

en lang neerlig in het gras,

en de warme ogen sluit,

heel mijn lichaam voel liggen in de werkelijkheid,

de waarheid ken en gelukkig ben.

NL vertaling: Z. DE MEESTER





Ode triunfal
…..
Ó fazendas nas montras! Ó manequins! Ó últimos figurinos!

Ó artigos inúteis que toda a gente quer comprar!

Olá grandes armazéns com várias secções!

Olá anúncios eléctricos que vêm e estão e desaparecem!

Olá tudo com que hoje se constrói, com que hoje se é diferente de ontem!

Eh, cimento armado, beton de cimento, novos processos!

Progressos dos armamentos gloriosamente mortíferos!

Couraças, canhões, metralhadoras, submarinos, aeroplanos!
…..
Ó fábricas, ó laboratórios, ó music-halls, ó Luna-Parks, 
Ó couraçados, ó pontes, ó docas flutuantes -
Na minha mente turbulenta e encandescida 
Possuo-vos como a uma mulher bela, 
Completamente vos possuo como a uma mulher bela que não se ama, 
Que se encontra casualmente e se acha interessantíssima.

…..


Triomf-ode
…..
O koopwaar in de uitstalramen! O etalagepoppen! O laatste modeplaatjes!
O nutteloze spullen die iedereen wil kopen!
Hallo grootwarenhuizen met allerhande afdelingen!
Hallo lichtreclames die aanfloepen en aanstaan en verdwijnen!
Hallo alles waar mee vandaag gebouwd wordt, waarmee vandaag verschilt van gisteren!
Hé, gewapend beton, cementbeton, nieuwe manieren van bouwen!
Vooruitgang in roemrijk dodelijke wapens!
Pantsers, kanonnen, machinegeweren, duikboten, vliegmachines!
…..

O fabrieken, O labo's, O music-halls, O lunaparken,

O slagschepen, O bruggen, O drijvende dokken –

In mijn onstuimige, vurige geest

Bezit ik jullie zoals een mooie vrouw,

Bezit ik jullie volledig zoals een mooie vrouw waarvan je niet houdt.

Die je toevallig ontmoet en die je zeer boeiend vindt.

…..

NL vertaling: Z. DE MEESTER





Viajar! Perder países !

Viajar! Perder países!

Ser outro constantemente,

Por a alma não ter raízes

De viver de ver somente!

Não pertencer nem a mim!

Ir em frente, ir a seguir

A ausência de ter um fim,

E da ânsia de o conseguir!

Viajar assim é viagem.

Mas faço-o sem ter de meu

Mais que o sonho da passagem.

O resto é só terra e céu


Reizen! Landen verliezen!

Reizen! Landen verliezen!

Voortdurend een ander zijn,

Omdat de ziel geen wortels heeft

En leeft alleen om te kijken!

Zelfs niet mezelf toebehoren!

Steeds vooropgaan, lopen achter

Het gemis van een bestemming,

En de angst om die te bereiken!

Zo rondtrekken is een reis op zich.

Maar ik doe’t zonder iets te verkrijgen.

Meer om de droom van de doortocht.

De rest is alleen land en lucht.


NL vertaling: Z. DE MEESTER




Lisbon revisited (1926)
…..
Outra vez te revejo - Lisboa e Tejo e tudo -,

Transeunte inútil de ti e de mim,

Estrangeiro aqui como em toda a parte,

Casual na vida como na alma,

Fantasma a errar em salas de recordações,

Ao ruído dos ratos e das tábuas que rangem

No castelo maldito de ter que viver...
…..


Lisbon revisited (1926)
…..
Nogmaals zie ik je weer – Lissabon, de Taag, alles –

We gaan elkaar vergeefs voorbij.

Hier ben ik een vreemdeling zoals overal elders,

Verzeild in het leven zoals in de ziel,

Een schim dwalend door zalen vol herinneringen,

Met geritsel van ratten en krakende parketten

In de vervloekte burcht van het moeten-leven …

…..
NL vertaling: Z. DE MEESTER





Mar português

Ó mar salgado, quanto do teu sal

São lágrimas de Portugal!

Por te cruzarmos, quantas mães choraram,

Quantos filhos em vão rezaram!
Quantas noivas ficaram por casar

Para que fosses nosso, ó mar!

Valeu a pena? Tudo vale a pena

Se a alma não é pequena.

Quem quere passar além do Bojador

Tem que passar além da dor.

Deus ao mar o perigo e o abismo deu,

Mas nele é que espelhou o céu.


Portugese zee

O zilte zee, hoeveel van je zout

Bevat tranen van Portugal!

Hoeveel moeders weenden toen we je doorkruisten,

Hoeveel zonen baden vergeefs!

Hoeveel aanstaande bruiden bleven achter

Om je de onze te maken, o zee!


Loonde het de moeite? Alles loont de moeite

Als de geest niet bekrompen is.

Wie verder wil varen dan Kaap Bojador

Moet de grens van de pijn overschrijden.

God gaf de zee gevaren en diepten,

Maar in de zee liet hij de hemel weerspiegelen.

NL vertaling: Z. DE MEESTER




Vem sentar-te comigo, Lídia

Vem sentar-te comigo, Lídia, à beira do rio.

Sossegadamente fitemos o seu curso e aprendamos

Que a vida passa, e não estamos de mãos enlaçadas.

(Enlacemos as mãos.)

Depois pensemos, crianças adultas, que a vida

Passa e não fica, nada deixa e nunca regressa,

Vai para um mar muito longe, para ao pé do Fado,

Mais longe que os deuses.

Desenlacemos as mãos, porque não vale a pena cansarmo-nos.

Quer gozemos, quer não gozemos, passamos como o rio.

Mais vale saber passar silenciosamente

E sem desassossegos grandes.

Sem amores, nem ódios, nem paixões que levantam a voz,

Nem invejas que dão movimento demais aos olhos,

Nem cuidados, porque se os tivesse o rio sempre correria,

E sempre iria ter ao mar.

Amemo-nos tranquilamente, pensando que podíamos,

Se quiséssemos, trocar beijos e abraços e carícias,

Mas que mais vale estarmos sentados ao pé um do outro

Ouvindo correr o rio e vendo-o.

Colhamos flores, pega tu nelas e deixa-as

No colo, e que o seu perfume suavize o momento —

Este momento em que sossegadamente não cremos em nada,

Pagãos inocentes da decadência.

Ao menos, se for sombra antes, lembrar-te-ás de mim depois

Sem que a minha lembrança te arda ou te fira ou te mova,

Porque nunca enlaçamos as mãos, nem nos beijamos

Nem fomos mais do que crianças.

E se antes do que eu levares o óbolo ao barqueiro sombrio,

Eu nada terei que sofrer ao lembrar-me de ti.

Ser-me-ás suave à memória lembrando-te assim — à beira-rio,

Pagã triste e com flores no regaço.






Kom naast mij zitten, Lidia

Kom naast me zitten, Lidia, aan de oever van de rivier.

Laten wij kalm kijken naar haar stromen en leren

Dat het leven voorbijgaat, en wij houden elkaars hand niet vast.

(Laten we mekaars handen vasthouden)

Laten we dan bedenken, als volwassen kinderen, dat het leven

Voorbijgaat en niet blijft, niets nalaat en nooit weerkeert,

Naar een zee gaat ver weg, dichtbij ‘t Noodlot zelf,

Veel verder dan de goden.

Laten we de handen lossen: waarom zouden we onszelf vermoeien?

Of wij vrolijk willen zijn of pijn lijden, wij gaan voorbij als de rivier.

Beter is te weten hoe stil over te gaan,

Zonder grote onrust.

Zonder liefde, haat, of passie die hun stem verheffen,

Zonder afgunst die het oog te rusteloos doet dolen,

Zonder zorgen, want de rivier zou niet minder stromen, als ze zorgen kende,

En nog altijd uitmonden in de zee aan het ende.

Laten wij elkaar kalm beminnen en denken dat wij, als we wilden,

Elkaar openlijk zouden kunnen kussen, strelen en omhelzen,

Maar dat het beter is te blijven zitten naast elkaar,

De rivier te horen stromen en te zien.

Laten wij bloemen plukken, neem er een paar in je hand en leg ze

In je schoot, en laat hun geur het ogenblik verzoeten -

Dit ogenblik waarop wij kalm in niets geloven,

Argeloze heidenen der decadentie.

Althans, mocht ik eerst een schaduw worden, zal jij je mij later herinneren,

Als je je me dan herinnert, mag ik je niet tergen, kwetsen of storen,

Want nooit hielden wij elkaars hand vast, nooit kusten wij elkaar

Nooit waren wij meer dan kinderen.

En mocht, jij, vóór mij, de obool brengen naar de trieste veerman,

Dan zal ik geen reden tot lijden hebben als ik me je herinner.

Zoet zal je in mijn herinnering toeven als ik zo aan je denk, aan de oever van de rivier,

Een bedroefd heidens meisje, met bloemen in haar schoot.…..

Vertaling Z. DE MEESTER